Jitschak Dasberg

De Pentateuch met Haftaroth

Jitschak (Isaac) Dasberg
Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap
1970

Behoefte

De vertaling van de Thora van Jitschak Dasberg wordt momenteel intensief gebruikt binnen de joodse gemeenschap. De vertaler was heel duidelijk over het doel van zijn werk. Hij zegt heel bescheiden in zijn voorwoord: “Dit boek is een gebruiksvoorwerp. Ik heb het gemaakt omdat er reeds vele jaren behoefte aan bestond. […] Ik ben maar een beginnend amateur, die bij gebrek aan een ander in onze kring, misschien een veel te zware taak als hobby op me genomen heb”. Een vertaling van de Pentateuch wordt ook wel Choemasj (vijftal) genoemd. De vertaling van Jitschak Dasberg bevat ook de Haftaroth: tekstgedeelten uit de profeten. Die worden voorgelezen op de sabbat en op feestdagen en zijn gerelateerd aan de Pentateuch.

Geen rabbijn

Jitschak Dasberg werd geboren in Dordrecht op 10 december 1900. Hij was de zoon van rabbijn Samuel Dasberg en huisarts in Amsterdam. Daarnaast trad hij op als Mohel, degene die de besnijdenis uitvoert en als Torah-voorlezer in de synagoge. Door zijn beroep kon hij tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog een tijdelijke vrijstelling van deportatie voor zichzelf en zijn gezin ontlopen. Later moesten afzonderlijke gezinsleden toch hun toevlucht nemen tot onderduikadressen om hun leven veilig te stellen. Na de bevrijding in 1945 werd het voltallige gezin herenigd en hervatte Jitschak zijn dokterspraktijk in Amsterdam. Hij was voorzitter van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap van 1954 tot 1970. Zijn vertaling van de Pentateuch werd in 1970 gepubliceerd. Ook al was hij geen rabbijn, zijn motivatie om de vertaling te maken was er niet minder om. Daarnaast vertaalde hij ook gebedenboeken. Dasberg stierf in Jeruzalem op 29 april 1997.

Vertaalmethode

Toen Dasberg aan zijn vertaling begon, was de taal van de vertalingen die toen gebruikt werden, namelijk die van Abraham Samsom Onderwijzer (1895) en Joël Vredenburg (1903), al sterk verouderd. Dasberg brak met een traditie. Hij vertaalde niet, zoals zijn voorgangers, woord voor woord. Hij wilde de oorspronkelijke betekenis overzetten in hedendaagse taal. Dat is de dynamisch-equivalente vertaalmethode. Dasberg verdiepte zich in andere vertalingen en commentaren en nam over wat hij mooier of beter vond. Heel soms koos hij voor een zinsopbouw die lijkt op de veel jongere Naardense Bijbel. Twee voorbeelden: Kaïn zegt tegen God: “Te groot is mijn misdaad om te dragen”. En een engel zegt tegen Sara: “Terugkomen zal ik bij u omstreeks dezelfde tijd”.

Kenmerken en kritiek

Voorin het boek staat een overzicht van perikopen die op de sabbat in de synagoge worden gelezen. Oorspronkelijk werd de vertaling in twee delen uitgegeven. In de laatste versie in één band staan de perikopen alleen in het tweede deel (Leviticus-Deuteronomium) tussen de tekstgedeeltes. Op de rechterpagina staat de Hebreeuwse tekst. Op de linkerpagina de Nederlandse vertaling.

Over zijn keuzes zegt Dasberg: “Ik heb geprobeerd de deftige kanselstijl te vermijden. […] Volgens mij zijn de dialogen tussen de mensen in de Tenach precies eender geleverd als de gesprekken tussen hedendaagse mensen”. Dus zeggen ouders ‘jij’ tegen hun kinderen, maar zeggen kinderen ‘u’ tegen hun ouders. Voor eigennamen kiest Dasberg voor de joodse traditie. Eva wordt ‘Chavah’ en Mozes wordt ‘Moshé’. De tabernakel wordt de ‘Woning’ genoemd.

Op de vertaling is geen harde kritiek gekomen. Maar volgens enkelen zou hij ‘te informeel’ en ‘te gemoedelijk’ zijn en hij is ook wel ‘babbelend’ genoemd. R. C. Musaph-Andriesse noemt een inconsequentie: het Hebreeuwse woord mirma wordt in Genesis 27:35 vertaald met ‘list’, en in Genesis 29:25 met ‘bedrog’. Ze zegt: “De context geeft geen aanleiding tot het verschillend vertalen en het blijft onduidelijk waarom de vertaler het zo doet”.

De Pentateuch van Dasberg leest nog steeds soepel. Zijn taalgebruik was zo vooruitstrevend in 1970 dat naarmate de tijd verstrijkt, zijn taal steeds hedendaagser wordt. Een opvallend contrast: in Genesis 29:25 staat “Maar des ochtends! Het was Leah!”. En een uitspraak van Jakob over Esau: “Reeds tweemaal heeft hij mij een hak gezet”.

Weergave van Gods naam

Dasberg geeft de Godsnaam weer met ‘Eeuwige’. Hij zegt daarover: “Heel veel hoofdbrekens heeft de weergave van het tetragrammaton gekost [..] Ondanks het feit dat ik de weergave van de “Eeuwige” voor de vierletterige Godsnaam niet het juiste equivalent vind, geeft het wel veel weer van wat er volgens joodse opvatting in opgesloten ligt. “Die er was, en er altijd zijn zal” en “die altijd dezelfde is, was en zal zijn””. Opperrabijn A. Schuster gebruikt in zijn voorwoord: ‘G-d’.

De uitgever, het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, heeft besloten de vertaling nog niet te herzien. Daardoor zal de Pentateuch van Jitschak Dasberg voorlopig nog wel klinken in de huizen van Nederlandse joodse gelovigen.