NAARDENSE Bijbel

NAARDENSE Bijbel

Door Pieter Oussoren
Uitgeverij Skandalon & Plantijn, 2004

Op 15 oktober 2004, slechts enkele dagen voor het verschijnen van de Nieuwe Bijbelvertaling, kwam de Naardense bijbel beschikbaar. Dit was grotendeels het werk van één persoon, Pieter Oussoren. Pieter Oussoren is in 1943 geboren te Ruwiel (NL). Tussen 1955-61 vertoefde hij op het Christelijk Gymnasium te Utrecht, en in de jaren daarop (1961-71) was hij student theologie aan de Universiteit van Utrecht. In 1972 werd hij bevestigd als hervormd predikant. Daar ligt het begin van zijn Naardense Bijbel.

Naardense (2004) BandHet was niet de bedoeling een volksbijbel of een standaardversie van de bijbel te maken. Hij keek gewoon uit naar de voorleesbaarheid van een vertaalde Bijbeltekst tijdens de kerkdienst op de eerstvolgende zondag. Maar toch kan gerust gezegd worden dat zijn vertaling grotendeels ontstond in een jarenlange voorleespraktijk. Zijn stapeltje ‘vertalingen’ groeide ondertussen mee met de jaren die erop volgden. In 1999 vroeg een uitgever, die dacht dat deze ‘voorleesbijbel’ kant en klaar gereed lag, of hij de vertaling mocht uitgeven. Maar dit was niet zo. Oussoren heeft ruim 32 jaar aan deze vertaling gewerkt, zonder gebruik van enige computer (die hij ook nu afwijst). Vanaf het begin had Oussoren meelezers en kritische kerkgangers, en hield daar in zijn vertaling rekening mee. Zijn complete uitgave van 2004 kan terecht zijn werk worden genoemd.

Deze vertaling kan omschreven worden als ‘idiolect’ of ‘concordant’, met waar mogelijk een zo letterlijk mogelijke weergave van de literaire vormen van de brontekst. De Naardense bijbel leunde daardoor weliswaar dichter aan bij de brontekst, maar vroeg meer inspanningen van zijn lezer die de oorspronkelijke taal niet kenden. Wat te denken van de ‘steppendochter’ en de ‘vroomvogel’ uit Leviticus 11:16,19. De Nieuwe Bijbelvertaling heeft het daar over de ‘struisvogel’ en de ‘ooievaar’. Er is soms ook meer duidelijkheid. Wanneer we in Ex.3:2 lezen dat Miriam de kleine Mozes in een ‘arkje’ legt, zien we onmiddellijk het verband met de veel grotere ‘ark’ van Noach (Genesis 6:14), dit wil zeggen, een rechthoekig, drijvend tuig tot redding. Maar de Naardense bijbel spreekt in die-zelfde vers ook over de ‘lip’ van de rivier. Het is maar goed dat een bijpassende voetnoot dit woord verklaart als de ‘oever’ van de rivier! Een opvallend kenmerk is dat Oussoren, waar mogelijk, in de tegenwoordige tijd heeft vertaald. Hierin volgde hij o.a. de Frans-joodse vertaler André Chouraqui. Op die wijze werd het een onder-steuning van de levendigheid van deze vertaling.

De vertaling van de Godsnaam heeft enige tijd gevergd. De eerder gebruikte uitdrukking ‘DIE-ZAL-KOMEN’ houdt verband met het grondwoord (hajah), maar was te lang. De titel ‘Heer’ of ‘Here’ vond men te mannelijk. Er werd uiteindelijk gekozen voor de ENE. Hierbij is gedacht aan Deuteronomium 6:4: ‘Hoor Israël! JHWH is één.’, en Zacharia 14:9: ‘JHWH is één, en zijn naam is één.’ Maar zoals de schrijver opmerkt: ‘net als (de) HEER is (de) ENE geen vertaling van de Godsnaam , maar de invulling van een lege plek die ontstaat wanneer je, met de synagoge mee, JHWH niet uitspreekt en niet vertaalt.’

De naam ‘Naardense bijbel heeft niets te maken met het ‘naardens’ dialect. Het houdt verband met de gewelfschilderijen in de Grote Kerk te Naarden, de St-Vituskerk. Dit zeldzaam cultuurmonument van Europese betekenis, werd op die wijze aan het grote publiek voorgesteld. Vanaf 2007 zijn ook andere regionale edities verschenen, zoals de Groninger, de Goudse, Dordtse en Nijeveense edities, die telkens voorzien werden van lokale afbeeldingen.

De vertaling was een commerciëel succes. Tussen oktober 2004 en november 2010 verschenen 9 drukken met telkens 3500 exemplaren. Op vraag van zijn lezers verscheen in 2014, in zakformaat, diverse uitgaven van de herziene edities. Op deze wijze wilde de vertaler zijn werk nog letterlijker en precieser maken.

Pieter Oussoren hoopt dat mensen ‘met vreugde verschillende vertalingen gaan gebruiken. Daar wordt je wijzer van.‘ Inderdaad, de volledige rijkdom van een heilig boek is nooit in één vertaling te lezen.