Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift

Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift

Watch Tower Bible & Tract Society of Pennsylvania
1969

NWV (1969) Band+RugEerdman’s Handbook to the Bible rekent de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift (NWV) onder de 14 invloedrijkste vertalingen van de 20ste eeuw. Maar wellicht bestaat er geen andere Bijbelvertaling in het kerkelijk Nederlands taalgebied die zoveel emoties oproept. Door sommigen afgewezen en bestreden, door anderen gelauwerd en geprezen.  Wordt de NWV echter door een deskundige bril beoordeeld, dan blijkt deze volgens prof. dr. C. Houtman “de toets van kritiek [te kunnen] doorstaan”.

NWV (herz. 1995) BandIn 1961 werd de Engelstalige New World Translation of the Holy Scriptures in zijn geheel uitgegeven, het Oude en Nieuwe Testament in één band. Het was het resultaat van meer dan 12 jaar vertaalwerk. Het vertaalcomité was samengesteld door een groep Bijbelgeleerden die allemaal behoorden tot de Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen. Om alle eer toe te schrijven aan de grote Auteur van de Bijbel verkozen de vertalers anoniem te blijven. “De kwaliteit van het vertaalwerk moet tenslotte beoordeeld worden naar de vertaling zelf, niet naar de kwalificaties of academische titels van de vertalers”, zo klinkt het. De Nederlandstalige uitgave van een complete Bijbel werd in 1969 ter beschikking gesteld en werd vooral onder Christelijke Getuigen van Jehovah in gebruik genomen. In 1988 werd een studie-editie uitgegeven. Deze kwarto-uitgave bevatte naast een herziene Bijbeltekst ook nog eens 11.000 voetnoten, ruim 125.000 kruisverwijzingen en een uitgebreid appendix voor verdere Bijbelstudie.

Als basistekst voor het Hebreeuws-Aramese gedeelte werden de zevende, achtste en negende uitgave (1951-’55) van Rudolf Kittels Biblia Hebraica gebruikt. In latere revisies werden de Biblia Hebraica Stuttgartensia en de Biblia Hebraica Quinta geraadpleegd. Voor het Nieuwe Testament werd de Griekse tekstuitgave van Wescott en Hort (1881) als basis gebruikt. Voor latere herzieningen werd ook gebruik gemaakt van grondtekstbewerkingen van Nestle & Aland en van de United Bible Societies.

Het uitgangspunt van het New World Bible Translation Committee was een Bijbelvertaling die zo getrouw mogelijk de oorspronkelijke tekst weergeeft. Volgens de inleiding van de studie-editie (1988) werd “gepoogd een zo letterlijk mogelijke vertaling te geven voor zover het tegenwoordige taalgebruik dat toelaat en een letterlijke weergave die niet zo stroef is dat de gedachte erdoor wordt verhuld.” Volgens Jason David BeDuhn, hoofddocent aan de theologische faculteit van de Universiteit van Noord-Arizona in Flagstaff (VS), is de NWV “een formeel-equivalente vertaling met dynamisch-equivalente elementen waar de betekenis van teksten door het Griekse idioom onduidelijk of verkeerd begrepen zou worden […]. De benadering leunt aan tegen het principe ‘letterlijk waar mogelijk, en vrij indien nodig’” – Truth in Translation (2003), J.D. BeDuhn, p. 39.

Het meest opvallende kenmerk is dat de Godsnaam in de vorm van ‘Jehovah’ in de gehele Bijbel een plaats krijgt. En dat niet alleen in het Oude Testament. Het vertaalcomité zag voldoende basis om ook op 237 plaatsen in het Nieuwe Testament de Godsnaam te herstellen. Een uitgebreide verantwoording wordt in het appendix van de studie-uitgave gepresenteerd (App. 1A-1D). In een ondersteunend artikel van het tijdschrift De Wachttoren worden eveneens een aantal argumenten aangevoerd. In één ervan wordt verwezen naar vroeg-Joodse geschriften die aantonen dat Joodse christenen de goddelijke naam in hun geschriften gebruikten. De Tosefta, een op schrift gestelde verzameling mondelinge wetten die omstreeks het jaar 300 van onze jaartelling voltooid was, zegt over christelijke geschriften die op de sabbat verbrand werden: “De boeken van de Evangelisten en de boeken van de minim [waarschijnlijk Joodse christenen] redden ze niet uit een vuur. Maar ze mogen verbranden waar ze zijn, … samen met de verwijzingen naar de Goddelijke Naam die erin staan.” Dezelfde bron citeert de woorden van rabbi José de Galileeër, die in het begin van de 2de eeuw A.D. leefde, dat men op andere dagen van de week “de verwijzingen naar de Goddelijke Naam die erin staan [in de christelijke geschriften] eruit snijdt en ze wegbergt, en de rest verbrandt.” Deze oude getuigenissen geven inderdaad een belangrijke aanwijzing voor de aanwezigheid van de Godsnaam in vroege nieuwtestamentische geschriften (De Wachttoren, 1 augustus 2008 p. 18-23).

OosterhuisDe NWV is in het Nederlands taalgebied echter niet de eerste die de Godsnaam in het Nieuwe Testament gebruikt. De 18de eeuwse emeritus predikant Willem Anthony van Vloten ging haar hierin vooraf.  Ook hij zag voldoende draagvlak om de naam Jehovah in het Nieuwe Testament een plaats te geven, vooral in teksten waar de nieuwtestamentische schrijvers citeren uit het Oude Testament (zie Godsnaam in Bijbels). Maar ook in Bijbelvertalingen uit recente tijd zien we deze vertaalkeuze. Zoals in de vertaling van ‘het Evangelie volgens Lukas’ door Huub Oosterhuis en Alex van Heusden uit 2007.  De vertalers geven er evenwel de voorkeur aan de Godsnaam weer te geven als een getranslitereerd Tetragrammaton ‘JHWH’ in kapitale letters.

Sommige kritische stemmen weigeren de NWV te erkennen als een volwaardige Bijbelvertaling. Onafhankelijk onderzoek uit de academische wereld legt echter een opmerkelijk positief rapport voor ten gunste van de NWV. De eerder geciteerde BeDuhn publiceerde in 2003 een boek van tweehonderd pagina’s over negen van „de meest gebruikte Bijbels in de Engelssprekende wereld”. Bij zijn studie onderzocht hij diverse Bijbelpassages die controversieel zijn, omdat daar „de kans dat vooroordeel de vertaling in de weg staat het grootst is”. Bij elke passage vergeleek hij de Griekse tekst met de weergaven van elke Engelse vertaling en zocht hij naar tendentieuze pogingen om de betekenis te veranderen. BeDuhn wijst erop dat het algemene publiek en veel Bijbelgeleerden aannemen dat de verschillen in de NWV te wijten zijn aan religieus vooroordeel van de kant van de vertalers. Maar hij zegt: „De meeste verschillen zijn toe te schrijven aan de grotere nauwkeurigheid van de NWV als letterlijke, conservatieve vertaling.” Hoewel BeDuhn het met sommige weergaven van de NWV niet eens is, zegt hij dat deze vertaling „uit de bus komt als de nauwkeurigste van de vertalingen die hij heeft vergeleken”. Hij noemt het een „opvallend goede” vertaling.

In een interview over de vertaling van het Oude Testament gaf professor en Hebraïcus Benjamin Kedar het volgende te kennen: “In mijn taalonderzoek in verband met de Hebreeuwse bijbel en vertalingen ervan, raadpleeg ik dikwijls de Engelse uitgave van de zogenoemde Nieuwe-Wereldvertaling. Daarbij vind ik keer op keer een bevestiging van mijn indruk dat dit werk een eerlijk streven weerspiegelt om een zo nauwkeurig mogelijk begrip van de tekst te bereiken. Het geeft blijk van een uitstekende beheersing van de oorspronkelijke taal en het geeft de oorspronkelijke woorden begrijpelijk in een andere taal weer, zonder onnodig van de specifieke structuur van het Hebreeuws af te wijken. . . . Alles wat in taal uitgedrukt is, laat enige ruimte voor interpretatie of vertaling. In elk afzonderlijke geval kan er dus over de taalkundige oplossing gediscussieerd worden. Nooit echter heb ik in de Nieuwe-Wereldvertaling een tendentieuze opzet ontdekt om iets in de tekst te lezen wat er niet staat.” (Interview op 12 juni 1989).

Hoewel de NWV vanaf haar uitgifte vooral door Getuigen van Jehovah in gebruik genomen werd, is de algemene houding ten aanzien van andere Bijbelvertalingen opmerkelijk open geweest. Dr. C. Houtman merkte in dit verband op dat Jehovah’s Getuigen “na 1969 … geen exclusief gebruik van de eigen vertaling [hebben] voorgestaan, maar …, in het besef dat geen enkele vertaling volmaakt is, … het gebruik van meerdere vertalingen [hebben] aangemoedigd.” Dat dit geen koerswijziging uit recente tijd is blijkt uit de woorden van Charles Taze Russell, die tot 1916 president van het Wachttorengenootschap was. Hij vertelde ooit: “Ik wil … herinneren aan de vele Bijbelvertalingen die nu beschikbaar zijn – allen zijn zeer waardevol. Ik heb al deze vertalingen en vind ze in de studie van een passage nuttig ter vergelijking – een vertaling verduidelijkt soms een gedachte die een andere niet verschaft. Gisteren nog telde ik uit nieuwsgierigheid het aantal verschillende Bijbelvertalingen in mijn studeerkamer, en ik merkte dat ik er tweeëndertig bezit.” (The Watch Tower, Reprints, p. 5543).  Tot de vrijgave van de NWV gebruikten Getuigen van Jehovah in Vlaanderen en Nederland onder andere de Statenvertaling, de Canisiusvertaling en de Nieuwe Vertaling van 1951.

Het volgende korte introductiefilmpje presenteert een overzicht van de totstandkoming van de NWV en meer boeiende achtergrondinformatie. Maar het toont ook hoe het Wachttorengenootschap decennialang actief is geweest in het drukken en uitgeven van andere Bijbelvertalingen.

NWT - Reeks (+Stamp)

In recente tijd heeft het Wachttorengenootschap zich nog prominenter geprofileerd als uitgevers van Bijbels. In 2015 was de NWV, geheel of gedeeltelijk, beschikbaar in meer dan 130 talen en zijn er ruim 200 miljoen exemplaren gedrukt. Daar zal het ongetwijfeld niet bij blijven. In 2014 waren zo’n 2.900 vertalers wereldwijd actief om de Bijbel en Bijbelverklarende publicaties in nog meer talen uit geven. Sinds enkele jaren heeft het genootschap ook definitief de digitale kaart getrokken. Via www.jw.org is de NWV in tientallen talen in een online-versie beschikbaar. In een aantal talen kan zelfs gekozen worden voor een voorlees-functie.

In 2013 werd een volledig herziene versie van de Engelstalige NWV uitgebracht. Sinds de eerste uitgave, inmiddels alweer een halve eeuw geleden, is de taal aanzienlijk veranderd. Zonder afstand te nemen van de oorspronkelijke vertaalprincipes zijn een aantal veranderingen in stijl en woordenschat doorgevoerd. Enkele uitgangspunten van deze grondige revisie zijn een moderne, verstaanbare taal waarin Bijbelse uitdrukkingen op een heldere manier weergegeven worden. De vertaling beoogt ook een betere voorleesbaarheid. Een revisie van de Nederlandstalige editie of de Nieuwewereldvertaling kwam beschikbaar op 27 mei 2017.