Nieuwe aanwinsten in de collectie (10)

Van tijd tot tijd kunnen we interessante Nederlandstalige Bijbels aan onze collectie toevoegen. Hetzij door schenkingen, overnames van particulieren of door aankopen binnen het professionele circuit. Sommigen onderscheiden zich door hun uitgave, conditie, uitvoering of zeldzaamheid. Onder het thema ‘Biblia Neerlandica – Nieuwe aanwinsten in de collectie’ willen we een aantal pareltjes uit onze bibliotheek speciaal belichten.

Massief zilveren boekband

“Boekbandjes van een dergelijke museale kwaliteit komen slechts bij uitzondering voor”. Zo beschreef de Nederlandse topverzamelaar Bernard van Noordwijk een Duits liturgieboekje uit 1672, gepresenteerd in een prachtig, opengewerkte zilveren boekband. Ook het exemplaar uit de Biblia Neerlandica-bibliotheek voldoet helemaal aan deze beschrijving. Het oogstrelende boekbandje doet veel bibliofiele harten sneller slaan. Het is van zo’n verfijnde kwaliteit dat men terecht mag spreken van een praalbandje, een hoogtepunt van de 18e-eeuwse, Nederlandse zilversmeedkunst. Deze boekjes werden exclusief aangetroffen bij de adel of de rijke burgerij. – Bernard van Noordwijk, Zilver voor de Zondag (2013), p. 226, 227.

De opengewerkte onderdelen – het voor- en achterplat – tonen een patroon van gekrulde bladerranken en weelderige bloemendecors, verwerkt in een frivole symmetrie. Centraal bevindt zich een gekroond spiegelmonogram met de initialen ‘R’ en ‘C’. De gegraveerde florale motieven op de rug en sluitingen passen naadloos bij de stijl van het geheel. Het onderliggende donkergroen fluweel bekomt een mooi contrast met het opengewerkte, glimmende edelmetaal. Het zilverwerk bevat sporen van vergulding, maar is door de eeuwen wat vervaagd. Door het ontbreken van keuren en merktekens is het helaas onmogelijk om de maker van dit kunstwerkje te achterhalen. Waarschijnlijk moet gezocht worden in het Overijsselse Zwolle. Hier bevonden zich zilversmeden die over de expertise beschikten om dit soort verfijnde, kwalitatief hoogstaande werkstukken te vervaardigen. Sommigen mochten een aantal adellijke families tot hun clientèle rekenen.

Anna Elisabeth van der Capellen (1767-1839)

Anna Elisabeth (Betje) van der Capellen

Wie was de oorspronkelijke eigenaar of eigenares van dit schitterend kleinood? Een belangrijk aanknopingspunt is de handgeschreven notitie in potlood op het voorste schutblad van het boekje: ‘de ma grand mère Rechteren van der Capellen’. Dit is een verwijzing naar Anna Elisabeth van der Capellen, dochter van de invloedrijke, patriottisch gezinde Joan Derk van der Capellen tot den Pol [*]. Anna Elisabeth – ook wel Betje genoemd – is in 1767 in het Overijsselse Kamperveen geboren en groeide op in een zeer gegoed milieu [•]. Op haar achttiende verloor zij op korte tijd beide ouders. Haar vader stierf in 1784 op 42-jarige leeftijd en snel daarna haar moeder. Rond die tijd toonde Rudolf Christiaan van Rechteren amoureuze belangstelling voor Betje. Hij was niet de minste, want deze man was graaf, officier en een staatsman met de politieke overtuigingen zoals Betje’s vader. Maar de romantische gevoelens waren niet wederzijds. Misschien was ook het leeftijdsverschil van negentien jaar een bezwaar. Hoewel zij een huwelijksaanzoek aanvankelijk afwees, zou zij later toch haar ja-woord geven. Op 11 januari 1785 werd in Zwolle het huwelijk voltrokken. Hierdoor werden beide families Van Rechteren en Van der Capellen met elkaar verbonden. Dit refereert naar de initialen ‘R’ en ‘C’ uit het spiegelmonogram. De conclusie lijkt dan ook gerechtvaardigd dat de zilveren boekband in 1784, kort voor het huwelijk vervaardigd werd.

Titelgravure van Betje’s Bijbeltje

De inhoud van deze boekband is het Nieuwe Testament met de Psalmen en catechismus, naar een Amsterdamse uitgave uit 1676. Waarom is de bijbeluitgave ruim honderd jaar ouder dan de boekband? Was dit Bijbeltje voordien het bezit van een dierbaar familielid zodat het voor Betje een hoge emotionele waarde had? Dat zou best kunnen, maar met zekerheid valt dat niet op te maken. Wél is zeker dat het Bijbeltje daarvoor in een ruimere boekband heeft gezeten. Het boekblok werd aan de drie zijden vrij kort afgesneden. Ter hoogte van een aantal Psalmen iets te kort zelfs, aangezien de snede nipt de tekst raakt. Maar zolang het boekje gesloten is blijft dit door de vergulde snede onzichtbaar.

Van Nederland naar Zwitserland

Voordat het bijbeltje in de Biblia Neerlandica-collectie terechtkwam, was het lange tijd onderdeel van de bibliotheek van het beroemde kasteel Rümligen, naar de gelijknamige plaats ten zuiden van het Zwitserse Bern. Wat is de link tussen Nederland en ‘schloss Rümligen’ in Zwitserland?

Na ruim zes jaar huwelijk werd Betje moeder van haar derde kind (van vijf): Margaretha Maria van Rechteren. Ze werd geboren op 21 juni 1791 op het kasteel in het Gelderse Appeltern. Margaretha Maria trouwde in 1811 met Sigmund Karl Ludwig Steiger die tot een voornaam Berns patriciërsgeslacht behoorde. Het jaar daarop verliet dit jonge gezin Appeltern om zich definitief in Bern te vestigen. Zij kregen zes kinderen, waaronder het kleinkind dat de markering in Betje’s bijbeltje aanbracht. Betje zelf werd op de laatste dag van 1812 weduwe, maar bleef tot aan haar dood in 1839 Appeltern trouw. Het is aannemelijk dat het Bijbeltje pas daarna, als onderdeel van de erfenis, naar het Zwitserse Bern verhuisd is.

Kasteel Rümligen

Hoe is het vervolgens in het kasteel Rümligen terechtgekomen? In 1684 kwam dit woonkasteel in handen van de latere burgemeester van Bern, Samuel Frisching. Door het huwelijk van Betje’s achterkleinkind in 1855 kwam een verbintenis tot stand met het beroemde patriciërsgeslacht Von Wattenwyl-Frisching [◊]. Toen zij van dit kasteel hun woonplaats maakten werd het nageslacht van Anna Elisabeth van der Capellen nauw verweven met de geschiedenis van Schloss Rümligen. Tot 2021 heeft het prachtige huwelijksbijbeltje van Betje hier ruim anderhalve eeuw zijn verblijfplaats gekend. [‡]

De Bijbeluitgave

De inhoud van de boekband is het Nieuwe Testament en aansluitend ‘De CL Psalmen Davids’ naar de berijming van Petrus Datheen, beiden uit 1676. De Amsterdamse uitgave van het Nieuwe Testament is op zich erg zeldzaam. Er wordt wereldwijd geen enkel ander exemplaar aangetroffen. Alleen de collectie van het Nederlands Bijbelgenootschap in Haarlem (NL) is in het bezit van een exemplaar dat in hetzelfde jaar werd uitgegeven, maar zowel de titelgravure als de collatie wijken af van ons exemplaar.


[*] De politicus Joan Derk van der Capellen tot den Pol werd bekend om zijn beroemde pamflet ‘Aan het volk van Nederland’ uit 1781 en wordt beschouwd als één van de grondleggers van de Nederlandse democratie.
[•] De collagefoto op de gemeenschappelijke BN-Nieuwspagina toont Betje op 6-jarige leeftijd, naar een portretschilderij van J. van Hien uit 1773.
[◊] d.i. het huwelijk van Ferdinand Karl Friedrich von Wattenwyl met Ida Bertha Anna von Werdt op 10 augustus 1855. Betje van der Capellen was dus haar overgrootmoeder.
[‡] Kasteel Rümligen bleef tot 2020 familiebezit.

Nadere informatie over de uitgave:

HET NIEUWE TESTAMENT [Statenvertaling]; ofte alle Boecken des Nieuwen Verbonts onzes Heeren Iesu Christi; door last van de Hoogh Moog: Heeren Staten Generael…’ […]. Door ordre der Ed. Gr Achtb. H. Burgemeesteren van gedeputeerden des E. Kerkenraedts van Amsterdam nagesien. T’ Amsterdam, Gedruckt By J. v. Someren, A. Wolfgang, M. De Groot. H. en D. Boom in compagnie. A°. MDCLXXVI [1676]. Waarbij: De CL Psalmen Des Propheten Davids, met eenige andere Lofsangen: Uyt den Françoyschen in Nederlantschen dichte overgeset door Petrum Dathenum, [1676]; en: Catechismus […].


Bent u of uw naaste familie op zoek naar een nieuw ‘thuis’ voor een antieke Bijbel of een Bijbel/kerkboek met goud- of zilverbeslag? Wij bieden gratis onze expertise aan om u hierbij te helpen.

Neem vrijblijvend contact met ons op via het contactformulier.