VISSERING, Gerbrand

Gerbrand VISSERING

Het Nieuwe Testament, 1854
Frederik Muller, Amsterdam

NT Vissering GerbrandGerbrand Vissering werd geboren in 1813 als zoon van een predikant. Hij studeerde achtereenvolgens in Groningen en Amsterdam. Na zijn theologische studies werd Vissering Doopsgezind predikant en dat bleef hij tot zijn dood in 1869. Vanaf zijn studentenjaren toonde hij een grote belangstelling voor de studie van het NT. Hij had ernstige kritiek op de Statenvertaling en beijverde zich voor een betere vertaling die hij, na vele jaren van voorbereiding, in 1854 uitgaf. Als basis gebruikte hij de Griekse tekst van de Duitse hoogleraar, C. Tischendorf.

In 1859 verscheen er een tweede, verbeterde uitgave. Hierin kwam hij tegemoet aan de kritiek op de ontbrekende inleidingen bij de afzonderlijke Bijbelboeken.

In 1853 werd Vissering echter uitgenodigd om deel uit te maken van de vertaalcommissie voor de Synodale Bijbelvertaling. Deze werkzaamheden lagen nogal delicaat aangezien hij rond die tijd zelf met een vertaling bezig was. Daarom beperkte zijn betrokkenheid zich aanvankelijk tot het verstrekken van advies. Toen een ander commissielid zich echter genoopt zag zijn arbeid te beëindigen, was het Vissering die enkele Paulinische brieven vertaalde en van commentaar voorzag. In 1866 beëindigde hij zijn redactionele werkzaamheden. Over het algemeen werd zijn vertaling positief onthaald. Dat bleek ondermeer uit zijn eredoctoraat welke hem in 1860 door de Groninger universiteit verleend werd. In een voetnoot bij Openbaring 1:4 citeert hij de Godsnaam als ‘Jehova’.