Vorsterman, Willem

Vorsterman, Willem

Den Bibel, 1528
Antwerpen

Met haar haven als speerpunt was Antwerpen in de eerste helft van de 16de eeuw uitgegroeid tot dé handelsmetropool van het Westen. Het aanzuigeffect op ambitieuze handelaren die hun zakelijk talent op de proef wilden stellen was groot. Haar tolerante houding tegenover nieuwe, religieuze ideeën maakte de Scheldestad ook aantrekkelijk voor ondernemende boekdrukkers. Zo verliet Willem Vorsterman zijn geboortestad Zaltbommel in Gelderland en vestigde zich omstreeks 1504 definitief in Antwerpen. Hij trouwde daar met Maria Slichten en zij kregen minstens twee kinderen. Hij overleed op 23 juli 1543 en werd begraven in de Sint-Michielsabdij. In 1546 werd de werkplaats eigendom van Martin Nuyts, die later in compagnie met Christoffel Plantijn een Leuvense Bijbel uitbracht.

Willem Vorsterman – drukkersmerk

De drukkersactiviteiten van Vorsterman speelden zich af op twee adressen. Eerst op de Lombaerdeveste “tegen den Yshont over”. Niet later dan 1510 verhuisde hij naar het pand “In den Gulden Eenhoorn”. In 1512 werd hij als meesterdrukker lid van de Sint-Lucasgilde. Naast boekdrukker was hij ook uitgever, boekhandelaar en mogelijk ook boekbinder. Met meer dan 400 werken op zijn naam van ca. 1504-1543 heeft hij een indrukwekkende fondslijst en moest hij in Antwerpen enkel Michiel Hillen van Hoochstraten in productiecijfer laten voorgaan. De onderwerpen van Vorstermans’ boeken zijn zeer divers en spreken een breed publiek aan. Om er enkele te noemen: almanakken, devotieboekjes, bijbels, muziek- en schoolboeken, ordonnantiën, prozaromans, maar ook historische werken zoals de kroning van Keizer Karel, de oorlogen van Maximiliaan en een Kroniek van Vlaanderen. In 1520 drukte Vorsterman de pauselijke bul tegen Maarten Luther. De helft van zijn productie bestaat uit Nederlandstalige werken. Maar hij levert ook boeken in het Frans, Spaans, Engels, Latijns en Deens, waaronder zes Luthervertalingen.

‘Den Bibel’ – 1528/28

In 1528 brengt Vorsterman zijn eerste, complete Nederlandstalige Bijbel uit, met als titel: “Den Bibel; Tgeheele Oude ende Nieuwe Testament met grooter naersticheyt naden Latijnschen text gecorrigeert / en opten cant des boecks die alteratie die hebreeuwsche veranderinge / naerder hebreeuscer waerheyt der boeckē die int hebreus zijn / en die griecsce der boeckē die int griecs zijn / en dinhout voor die capittelen gestelt / Met schoonen figueren ghedruct . en naerstelijc weder oversien. Cum Gratia et Privilegio”. Deze Bijbel is een prachtige folio-uitgave met een fraai geïllustreerd titelblad in rood en zwart en een Bijbeltekst in een grote, duidelijke letter. De Bijbel bevat een kaart van Palestina, ‘des land van Beloften’ naar het ontwerp van Lucas Granach (zie Kaarten in Bijbels). De houtsneden van Jan Swart en Lucas van Leyden zijn van hoge kwaliteit en bijzonder aantrekkelijk. Slechts een minderheid van de bevolking in Antwerpen van de eerste helft van de 16de eeuw kon lezen. In de beeldcultuur van het katholicisme speelden visuele onderwijsmethoden een hoofdrol en vertegenwoordigden gravures van Bijbelse voorstellingen bij de tekst een duidelijke meerwaarde. Er zijn goede argumenten om aan te nemen dat de humanist Gerard Geldenhauer uit Nijmegen verantwoordelijk was voor de wetenschappelijke begeleiding van de Vorstermanbijbel. Dr. C. Augustijn heeft aangetoond dat Geldenhauer vrijwel zeker de basis legde voor de vertaling van op zijn minst de profetische boeken (‘In navolging’, dr. C. Augustijn, 1975, p. 84).

Scheppingsprent, 1528/28

Het Oude Testament dateert van 27 oktober 1528 en het Nieuwe Testament van 28 oktober 1528. Eerder, in juli 1528 verscheen ook een Nieuwe Testament van hetzelfde drukkershuis, maar dan in samenwerking met Jan Seversz., een Leidse drukker die na een aantal veroordelingen vanwege zijn geloofsovertuiging en dissidente drukkersactiviteiten in het voorjaar van 1528 in het relatief rustige Antwerpen was neergestreken. Van deze editie zijn twee exemplaren bekend en elk van hen werd tot één Bijbel samengevoegd met het Oude Testament van 27 oktober 1528. Hetzelfde Oude Testament werd ook later weer samengevoegd met het Nieuwe Testament van 1529. Hieruit blijkt dat het steeds de bedoeling was een volledige Bijbel uit te brengen en verklaart ook de verschillende jaartallen in de colofons van Vorstermans oude- en nieuwe testamenten. Niet elke editie was bedoeld voor onmiddellijke verkoop, maar werd gestockeerd om later met een andere editie tot een complete Bijbel samengebonden te worden.

Complutenzer Polyglot

Onderzoek van het titelblad levert interessante details op. Zo geven de afbeeldingen erop de indruk dat een koper een kerkelijk goedgekeurde Bijbel in handen had. Naast Vorstermans drukkersmerk en het Antwerpse stadswapen, prijkt een afbeelding van het wapenschild en de hoed van kardinaal-grootinquisiteur Francesco Ximénes de Cisneros. Onder diens impuls en met de zegen van paus Leo X kwam in 1520 in het Spaanse Alcalá de Complutensische Polyglottenbijbel ter beschikking. Deze Bijbel is één van de belangrijkste verwezenlijkingen van het katholieke bijbelhumanisme. In het voorwoord van de Vorstermanbijbel wordt door de bewerkers of ‘correctuers’ toegelicht de Latijnse Vulgaattekst te volgen en in de kanttekeningen de Hebreeuwse en Griekse varianten naar de Polyglottenbijbel te vermelden. Dat dit niet strikt opgevat moet worden blijkt bijvoorbeeld uit de verantwoording rond het gebruik van de Godsnaam. Hierover wordt gezegd dat het Tetragrammaton JHWH in de tekst weergegeven wordt met ‘HEERE’ in hoofdletters, en Adonai als ‘HEEre’, waarvan de twee laatste, kleine letters zijn. Hiermee namen zij niet alleen het systeem over van Maarten Luther, maar kopieerden ook de verantwoording uit diens proloog op de Pentateuch van 1523. Verder wordt de blijvende waarde van het Oude Testament belicht en een pleidooi gegeven voor schriftlezing door leken. Ideeën die stuk voor stuk overeenkwamen met de gedachten van Luther. In de proloog op het Nieuwe Testament werd wel toegegeven dat een aantal vertalingen (te) sterk naar de Griekse tekst neigden. Een aantal ‘foute’ vertaalkeuzes ontliepen een censuur, onder meer de vertaling van het Griekse ecclesia was meermaals met ‘gemeente’ weergegeven in plaats van ‘kerk’ (Mattheüs 16:18). De passages in Mattheüs 3:2 en 4:17 worden vertaald met ‘hebt berou’, in plaats van ‘doet penitentie’. Ook de volgorde van de nieuwtestamentische boeken was Luthers. Deze en nog andere elementen wijzen erop dat de zogenoemde ‘correctuers’ van de Vorstermanbijbel de Bijbel van Jacob van Liesvelt op hun werktafel hadden liggen. De tekst van het Nieuwe Testament is zelfs vrijwel letterlijk overgenomen van de reformatorisch gezinde editie van Christoffel van Ruremund uit 1526. Invloeden van de Complutensische Polyglot zijn nauwelijks of niet in de vertaling of kanttekeningen te bespeuren.

Niettemin was het volgens de bewerkers de intentie om een rechtzinnige vertaling te bieden. Dat blijkt uit enkele beweringen die een potentiële koper (en de kerkelijke en bestuurlijke autoriteiten) moesten overtuigen, zoals het betoog dat de Vulgaattekst als basis gebruikt werd, de uitvallen tegen ketterse uitgaven en de ondersteuning van kerkelijke tradities, enzovoort. En, niet onbelangrijk: bij het octrooi van Vorsterman, was de aanbeveling van Nicolaas Coppijn, deken van de St. Pieterskerk te Leuven en kanselier van de universiteit en van de schout van Antwerpen, Claes van Lijre toegevoegd. Daarenboven ontving de Bijbel de goedkeuring van het Antwerps stadsbestuur met de woorden cum gratia et privilegio. Met haar vette, rode letters is dit label een echte blikvanger op de titel. Kortom, alles werd uit de kast gehaald om bij een ‘goed katholiek’ elke twijfel over de zuiverheid van deze Bijbel weg te werken en de aankoop van de Vorstermanbijbel laagdrempelig te maken.

‘DIE BIBLE’ – 1528/29

Alle beschikbare informatie tegenover elkaar afgewogen voedt de indruk dat Vorsterman tegelijk warm en koud blies. De historicus wijlen dr. C.C. de Bruin zag een verband tussen Vorstermans’ pientere overtuigingspogingen en zijn zakelijke instinct om zich doelmatig op een specifiek marktsegment te richten. De Bruin formuleert het als volgt: ‘Zodoende zal zijn bijbel vooral wel bestemd geweest zijn voor de betrekkelijk kleurloze groep lezers die zich aangetrokken voelden tot het nieuwe op godsdienstig gebied, graag kennis wilden nemen van de volledige bijbelinhoud, doch liever niet onder verdenking van ketterij wilden komen. Er was een grote schare van stille vrienden van de hervorming, van weifelenden en zoekenden, die voorlopig nog de moed der overtuiging misten en de verschijning van deze vertaling met blijdschap begroetten. De Vorstermanbijbel is dus evengoed door protestanten als door katholieken gelezen.’ (‘De Statenbijbel en zijn voorgangers’, C.C. de Bruin (1993), p. 118). Daartegenover staat de proloog van de ‘correctuers’ die met een bepaalde schaamte een zeer verontschuldigende toon aanslaan voor de aanwezige fouten in de voorliggende Bijbeltekst. Waarschijnlijk was deze houding niet enkel een bliksemafleider, want voor de uitgave van het Nieuwe Testament in september 1529 werden er wel degelijk concrete stappen ondernomen om de vertaling uit de eerste editie te ‘vulgatiseren’. Mogelijk lag Jan Seversz. aan de basis voor het reformatorisch karakter van de eerste uitgave. Hij schijnt ook kort daarna de drukkerij te hebben verlaten. De ‘correctuers’ geven te kennen dat de zetters enige slordigheid verweten kon worden, maar dat er te goeder trouw gehandeld was. Om de scheve situatie recht te trekken werden alle volgende Bijbeluitgaven van Vorsterman gecorrigeert totdat ze min of meer in de pas liepen met de kerkelijk goedgekeurde Vulgaattekst.

‘Den Bibel’ – 1532/32

Op last van de keizerlijke overheid brachten Leuvense theologen in 1546 een ‘Index’ of lijst van verboden boeken uit. Met uitzondering van het Nieuwe Testament uit 1529 en de complete Bijbels uit 1531 en 1532 stonden alle Bijbeluitgaven van Vorsterman op de Index. Hetzij omdat ze niet voldoende op de Vulgaat gebaseerd waren of omdat ze verdachte paratekstuele elementen bevatten.

In 1548 verscheen de Leuvense Bijbel in een eerste druk, het rooms-katholieke antwoord op de verschillende protestantse Bijbelvertalingen die in omloop waren. Deze uitgave bevatte een uitgebreide proloog waarin Nicolaes van Winghe de totstandkoming van de Vorstermanbijbel terug oppikte en de aanleiding tot zijn vermelding op de Leuvense indices. Van Winghe maakt hierin echter geen onderscheid tussen de eerste editie uit 1528 en de herdrukken die zorgvuldiger aan de Vulgaattekst aangepast werden. Door dit detail weg te laten kon Van Winghe wellicht beter aan de weg timmeren naar een groter afzetgebied voor zijn eigen Bijbelvertaling.