Statenbijbel of Statenvertaling

STATENBIJBEL of STATENVERTALING

Paulus Aertsz van Ravensteyn
Leyden, 1636-’37

StatenvertalingOp donderdag 17 september 1637 werd een vertaling van de Bijbel overhandigd aan de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden. Het was het eindresultaat van het grootste vertaalproject dat ooit in de Nederlanden was ondernomen. Een mijlpaal in de geschiedenis van de Nederlandstalige Bijbel. De royale foliant was in paars fluweel gebonden en vertegenwoordigde de eerste volledige Nederlandse Bijbeluitgave, ‘getrouwelijck over-geset’ uit de oorspronkelijke talen. Deze vertaling kwam vanaf de 18de eeuw algemeen bekend te staan als de ‘Statenbijbel’ of ‘Statenvertaling’.

Dit prestigieus project, waarbij zes vertalers en een groot aantal revisors en adviseurs betrokken waren, kostte meer dan 75.000 gulden – een gigantisch bedrag in die tijd. De financiering werd volledig gedragen door de Staten-Generaal. Dit is karakteristiek voor de 17de eeuw waarin nog geen duidelijke scheiding tussen kerk en staat bestond.

Synode - Dordrech (1618)-IDe beslissing tot de vertaling was genomen in 1618 tijdens de tweede reeks zittingen van de Dordtse Synode – een kerkelijke vergadering op het hoogste niveau. Hier bepleitte de voorzitter, Johannes Bogerman de noodzaak Gods stem ook in het Nederlands te laten horen. Na daarover een algemene consensus bereikt te hebben, werden de lijnen uitgezet rond de verschillende aspecten van de vertaling. Ieder Bijbelwoord werd als de neerslag van heilige geest beschouwd. En daarom bepaalde men dat een zo letterlijk mogelijke weergave van de Hebreeuwse en Griekse brontekst het uitgangspunt moest zijn.

Tijdens de Dordtse Synode werd ook de weergave van de Godsnaam ter discussie gebracht. Bogerman liet als voorzitter van de synode de beslissing doorwegen naar de vertaaltraditie van de Deuxaesbijbel. Daarin was het volk gewend de Godsnaam te lezen als ‘Heere’. Een consequent gebruik van een gevocaliseerd Tetragrammaton zoals ‘Jehovah’ beschouwde Ravesteijn (1636-37) vtn-JHWHsmen als een onherstelbare breuk met de voorgaande Bijbel. Uiteindelijk werd besloten het Hebreeuwse Tetragrammaton in de Bijbeltekst weer te geven met ‘HEERE’ in kapitale letters. In de kanttekening bij Genesis, hoofdstuk 2, vers 4 staat: “Onthoudt dit eens voor al : Waer Ghij voortaen het woort HEERE met groote letteren geschreven vint / dat aldaer in ’t Hebreeusch het Woort J E H O V A H, ofte korter / J A H, staet.

De invoering van de Statenbijbel werd onmiddellijk een succes. De Deuxaesbijbel, waarvan het Oude Testament een vertaling van een vertaling was, moest in deze nieuwe Bijbel zijn meerdere erkennen. Vanaf 1637 werd dan ook geen enkele uitgave van de Deuxaesbijbel meer gedrukt. Op enkele uitzonderingen na, werd de Statenvertaling in brede kring aanvaard binnen het protestantisme en zou ze eeuwenlang een diepe invloed uitoefenen op het godsdienstige leven van miljoenen.

De Statenvertaling wordt niet alleen beschouwd als een mijlpaal in de geschiedenis van de Nederlandstalige Bijbel. Ze heeft ook een onuitwisbare stempel gedrukt op de Nederlandse taal. Veel gangbare woorden en uitdrukkingen zoals aanfluiting, muggenzifter, zondebok, in zak en as zitten, zijn ontleend aan de Statenvertaling. Ook vandaag nog kan de archaïsche, vaak plechtig aandoende ‘tale Kanaäns’ vele Bijbellezers charmeren. Vooral in de beginperiode had ze een sleutelrol in het onderwijs. De Bijbel werd niet alleen gebruikt in de kerkdienst, maar ook om kinderen op school te leren lezen. Deze ontwikkeling zorgde ervoor dat het ‘algemeen Nederlands’ de verschillende streekdialecten begon te overkoepelen. In de periode van 1637-1657 rolden zeker tussen de 60.000 en 75.000 statenbijbels van de pers! Dat betekende dat elk gereformeerd gezin minstens één statenbijbel bezat. Het was in die tijd niet ongewoon dat men de Bijbel één keer per jaar helemaal doorlas.

Beste Statenbijbel

Kort na verschijning echter werden er in de Statenbijbel heel wat drukfouten vastgesteld.  De uitgave van een nieuwe, grondig gecorrigeerde uitgave werd steeds meer als een noodzaak gezien. Paulus Aertsz van Ravesteyn, de drukker van de eerste uitgave uit 1637, werd ook gevraagd een lijst met drukfouten te publiceren. Pas in 1655 verscheen het ‘Register van de verbeteringe der Druck-fauten ende Misstellinghen’ uit de eerste druk. Na het overlijden van Paulus Aertsz in datzelfde jaar zette zijn weduwe de drukkersactiviteiten verder. Twintig jaar na de eerste uitgave, in 1657 verscheen bij haar de zogenaamde ‘Corrigeerbijbel’, een verbeterde en gezuiverde editie van de Statenbijbel. Deze folio-uitgave wordt tot op vandaag, vooral in Ravesteyn 8° (1656) Obehoudsgezinde, gereformeerde gemeenschappen beschouwd als de beste Statenbijbel ooit. Niettemin verscheen zelfs een jaar eerder, in 1656 een octavo-uitgave met een gecorrigeerde tekst. Op het titelblad van het Nieuwe Testament valt duidelijk te lezen: “Van de Druckfauten ende Mis-stellingen, die in de eersten Druck gevonden worden, door ghemeene ordre der Nederlandsche Kercken, verbetert.”. Deze editie, en dus niet de folio-uitgave uit 1657 is dus feitelijk de eerste uitgave van een gecorrigeerde Statenbijbeltekst. Verder zien we dat deze druk op naam staat van Paulus Aertsz. Dit is verrassend, aangezien hij het jaar daarvoor, in november 1655 overleden was. De exacte reden hiervoor is nog moeilijk te achterhalen. Wel staat vast dat deze uitgever zozeer betrokken is geweest bij de voorbereidingen van een gecorrigeerde Statenbijbel dat het niet hoeft te verbazen dat men hem graag de eer voor deze kroon op het werk wilde toekennen. Van deze uitgave heb ik slechts twee exemplaren in gespecialiseerde bibliotheken aangetroffen, meer bepaald in de VU te Amsterdam en het Nederlands Bijbelgenootschap in Haarlem.

Naast de Van Ravesteyn-uitgeverij in Leiden en later in Amsterdam, zijn er in de loop der tijd drukkers en uitgevers geweest die hun bekendheid vooral te danken hebben aan de Statenbijbel, zoals de familie Keur in Dordrecht. Hendrik en Jacob Keur leerden het vak van hun stiefvader, Jacob Cornelisz. Braat en dat gaf de aanzet voor een succesverhaal dat generaties lang standhield. Van 1666 tot 1732 verschenen er niet minder dan 60 uitgaven van de Keurbijbel!1714 - Keur (Burlett) Titelgravure (kl) De oplagen waren soms zo omvangrijk dat de zolder van het Dordtse stadhuis als opslagplaats gebruikt werd. De laatste folio-uitgave kwam in 1756 gereed. De Keurbijbels waren erg geliefd omdat zij garant stonden voor hoogstaande kwaliteit en praktisch als gelijkwaardig met de Ravesteyn-edities beschouwd werden. Om een zeer behoedzame koper alsnog te overtuigen gaf de naam ‘Keur’ wellicht de doorslag als extra koopargument. Kennelijk werkte de familienaam bij velen abusievelijk als een soort keurmerk, zoals keurtroepen of een keurslager. Niet dat dit bepalend was voor het succes van de Keurbijbels. Maar waarschijnlijk wel een bijkomend voordeel voor een gunstig zakencijfer.

Naast de uitgevers die van het drukken van Bijbels hun hoofdactiviteit gemaakt hadden, waren er ook gevestigde uitgevers die zich bij het selecte groepje bijbeldrukkers aansloten door één of twee drukken te bezorgen. Eén van hen was de weduwe van Johan Elzevier te Leyden. In 1663 leverde zij een Statenbijbel in een fors folio-formaat.  Dit was de enige uitgave uit de 17de eeuw die gedrukt werd in een naar huidige normen gemakkelijk leesbare Romeinse letter. In 1669 verscheen in Amsterdam een Franstalige folio-bijbel onder naam van Louis & Daniël Elzevier als uitgevers.

Jehovahbijbel (1755) TitelIn de 18de eeuw waren er drukkers zoals Samuël Luchtmans (Leiden) en Nicolaas Goetzee (Gorinchem) die zich vooral profileerden als Statenbijbel-drukkers. Van de Goetzee-drukkerij verscheen in 1755 ook de zogenaamde JEHOVAH-Bijbel. Dit was een aangepaste statenbijbeltekst voor ‘Liefhebberen van de zuivere Nederduitsche Taal‘. De eerste wijziging betreft de Godsnaam die in het gehele Oude Testament consequent met JEHOVAH wordt weergegeven. Verder werden ook veranderingen in taal en spelling aangebracht. Van de Jehovahbijbel zijn minstens zeven ongewijzigde uitgaven verschenen in 1755 (2x), 1756, 1761 en zelfs drie in 1762 (zie Godsnaam in Bijbels – 17de eeuw – Statenbijbel).

Met de oprichting van de Bijbelgenootschappen vanaf het begin van de 18de eeuw, verschenen geleidelijk aan gereviseerde Bijbelteksten. In 2004 verscheen op initiatief van de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), een deeluitgave van een herziene tekst van de Statenvertaling. Uitgangspunt is de bestaande tekst van de Statenvertaling en de door de toenmalige vertalers gebruikte Bijbelhandschriften. De bedoeling was door middel van een hertaling de toegankelijkheid en verstaanbaarheid van de Statenvertaling te vergroten. Een complete uitgave van de herziene Statenvertaling kwam in 2010 beschikbaar (www.herzienestatenvertaling.nl).

De Statenbijbel heeft eeuwenlang kritiek op de vertaalde tekst in haar voordeel weten te beslechten. Niettemin ondervond ze vanaf de 20ste eeuw een definitieve terugslag. De steeds luider wordende kritiek betrof voornamelijk haar ouderwets klinkende tekst en de vertaling die niet bijbleef met de resultaten van de steeds groeiende Bijbelwetenschap. Een aantal herzieningen presenteerden een aangepaste tekst qua taal en spelling, maar die konden de kritische stemmen niet doven. De behoefte aan een nieuwe vertaling werd steeds algemener en nadrukkelijker. Bij het verschijnen van de Nieuwe Vertaling in 1951 verloor de Statenvertaling dan ook snel terrein.

Wat is de huidige invloed van de Statenvertaling in het Nederlandstalige, religieuze landschap? Vooral in traditionele gereformeerde gemeenschappen met een sterk Calvinistische inslag behoudt de Statenvertaling een onaantastbare positie. Maar in verreweg de meeste protestantse kerken wordt haar plaats ingenomen door vertalingen die een toegankelijker Nederlands presenteren, zoals de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). In andere christelijke gemeenschappen is het gebruik van de Statenvertaling beperkt tot sporadische raadpleging bij persoonlijke Bijbelstudie of Bijbellezen.